You are here

Hoe breng je (meer) duurzaamheid tot stand in steden: vijf gouden regels

Edited on

16 October 2019
Read time: 2 minutes

Vrijwel iedereen weet dat duurzaamheid een hot-topic is. Maar over de manier waarop dit onderwerp leeft is veel minder bekend. Afgelopen zomer kwamen betrokkenen op het gebied van stedelijke vraagstukken bijeen, tijdens het URBACT City Lab in Brussel. De centrale vraag was: hoe zorgen Europese steden ervoor dat de transitie naar duurzame stedelijke ontwikkelingen tot stand komt?

Het tweede URBACT City Lab vond plaats op 2 en 3 juli 2019. Al direct werd duidelijk dat de vraag zowel de mogelijkheid biedt om in algemene zin over duurzaamheid te discussiëren, maar ook op thematisch niveau. Onderwerpen zoals luchtkwaliteit, mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie en duurzame voedselsystemen werden daarom ook veelvuldig aangehaald tijdens de bijeenkomst. Het Leipzig Charter is voor Europese steden een belangrijk leidraad in de aanpak van klimaatverandering, maar staat op afstand van de stedelijke praktijk. Dat de verduurzaming van steden een lastige opgave is, is een gegeven. Gelukkig zijn er Europese steden die goede initiatieven in de praktijk brachten. Deze kwamen bij het URBACT City Lab ter spraken. De vijf gouden regels om een stad duurzaam te maken staan hieronder.

 

Duurzaamheid is meerduidig

Duurzaamheid is lastig te omschrijven. Er zijn vaak vele verschillende definities en zienswijzen die afkomstig zijn uit andere disciplines. Het Brundtland Rapport uit 1992 is de officiële definitie die vaak leidend is, maar echt handzaam is dat vaak niet in de praktijk. Het is dus van groot belang dat de betrokkenen in de stedelijke praktijk tot een gedeelde opvatting komen om er vervolgens effectief mee aan de slag te kunnen.

 

Duurzaamheid moet je op alle schaalniveaus aanpakken

Er zijn veel lagen in de Europese Unie betrokken bij duurzaamheidsvraagstukken. Verschillende afgevaardigden van die schaalniveaus waren aanwezig bij het URBACT City Lab. Thomas Bethune van de DG Regio van de Europese Commissie bijvoorbeeld. Hij benadrukte het belang van interactie tussen steden en de Europese Commissie, zodat de Europese Commissie de wet- en regelgeving goed kan laten aansluiten op de stedelijke praktijk. Ook geluiden van andere schaalniveaus kwamen ter sprake. Filipa Pimental van Transition Network stelde dat leiderschap door burgers van groot belang is om op het terrein van duurzaamheid resultaat te boeken. Olli Maijala, adviseur bij het Finse Ministerie van Milieu, benadrukt dat ook Europese lidstaten een grote rol hebben in de transitie. Afstemming tussen staten is dus belangrijk om steden zo effectief mogelijk bij te staan in hun zoektocht naar duurzame stedelijke ontwikkeling.

 

Duurzaamheid vraagt om een nieuwe manier van denken

Experimenterende steden zijn niet nieuw, maar ze dienen wel voortdurend innovatief te blijven. Een aantal Europese voorbeelden waarin dit al gebeurt zijn bijvoorbeeld: het Vilawatt project van Urban Innovative Actions, waarin sociale en technologische vraagstukken met elkaar worden samengebracht. Het ontwikkelen van economische instrumenten, zoals in Stockholm gebeurt in de vorm van kilometerheffing, natuurlijke oplossingen, zoals het integreren van stedelijk watermanagement in de ontwerp- en ontwikkelfase van stedelijke planning. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de Chinese zogeheten spons- steden. Het URBACT project BioCanteens is een van de  consumptie-georiënteerde oplossingen. Het proces is uiteraard van groot belang.
In toenemende mate zijn het de steden die  risico’s moeten durven te nemen en buiten de gebruikelijke kaders moeten denken.

 

Duurzaamheid heeft effect op iedereen

Mobiliteit, energie, voedsel, luchtkwaliteit, digitalisering, gezondheidszorg, welzijn en planologie zijn onderwerpen die iedereen aangaan. Het is van belang dat er binnen deze onderwerpen nieuwe en innovatieve manieren worden gevonden om ermee om te gaan. De maatregelen zijn van invloed op iedereen. Daarom is het van groot belang dat burgers de kans krijgen om het beleid kritisch te volgen; en de ruimte krijgen om initiatieven tot verbetering aan te kunnen aandragen wanneer zij dit noodzakelijk achten. Een aantal Europese projecten laat de veelzijdigheid zien, bijvoorbeeld door werkgelegenheid te koppelen aan vaardigheden, zoals het Food Innovation Hub in Milaan, het UIA project OpenAgri, Freight Tails en het Horizon2020 project Ruggedised.

Nieuwe manieren van betrokkenheid en samenwerking moet de burger op de eerste plaats zetten. Een aantal URBACT projecten doen dit al, zoals rondom het Hope project van UIA, publiek-private energieproductie in het Vilawatt project of het gebruik van kunst en cultuur om burgers te mobiliseren rondom het onderwerp klimaatverandering in het C-Change project van URBACT.

Duurzaamheid vraagt ook om interdepartementale samenwerking, zoals dat in de Belgische stad Schaerbeek gebeurt. Hier zoekt men naar integrale oplossingen om duurzaamheidsvraagstukken op buurtniveau te koppelen aan een onderzoeksproject rondom organisch afval, genaamd Phosphore.

 

Duurzaamheid vraagt om sterk leiderschap

De omvang van een stad maakt niets uit, overal kan leiderschap op duurzaamheid worden getoond. Tijdens het URBACT City Lab was dat goed zichtbaar, er waren namelijk steden van alle formaten aanwezig, zoals Manchester, Mouans-Sartoux (Frankrijk) en Torres Verdras (Portugal).